Ook zijn soorten bekend die hun achterlijf op een vijand richten en een straal lichaamsvloeistof op afschieten. Een aantal soorten spinnen kan over het water lopen en de oeverspinnen grijpen soms prooien als kikkervisjes die in het water leven. Onder water zouden hun verteringssappen namelijk sterk verdunnen in het water en kunnen spinnen niet eten. Er zijn echter enkele min of meer sociale spinnen bekend, die geen hechte kolonies vormen zoals wespen maar elkaar wel in grote aantallen dulden. Andere soorten kleven de eitjes tegen elkaar en nemen de bol-vormige klont eitjes mee tussen hun spin panda cheliceren.
De cocons van soorten die sterk aan elkaar verwant zijn lijken op elkaar en zijn moeilijker te determineren. Als ze moeten vervellen of eitjes dragen waarbij de spin kwetsbaarder is, wordt de tunnel voorzien van een aantal ‘wanden’ gemaakt van spinsel. Tijdens het spuiten worden de cheliceren heen- en weer bewogen om zo een zigzagdraad te verkrijgen wat het effectieve oppervlak vergroot. Deze druppel bevat geurstoffen van vrouwelijke motten die de mannetjes aanlokken. Daarnaast worden dunnere draden gebruikt die wel kleverig zijn, hiermee blijven de prooien kleven in het web.
De soorten die geen cocon maken wikkelen het spinsel vaak losjes om de eieren om ze bij elkaar te houden. Vooral bij jonge of kleine spinnen is dit gedrag bekend, grotere spinnen zijn hier al snel te zwaar voor. Een belangrijke oorzaak voor het voorkomen van spinnen op de meest geïsoleerde plaatsen is het vermogen om te kunnen zweven. Het verankeren van het lichaam aan de ondergrond komt veel voor bij de spinnen.
De voorjaarsvuurspin (Eresus sandaliatus) is een soort waarbij de mannetjes erg bont gekleurd zijn en regelmatig worden waargenomen als ze gaan zwerven op zoek naar een vrouwtje. Alleen om te eten en in het geval van de mannetjes om een vrouwtje te vinden wordt de schuilplaats verlaten. In tegenstelling tot de gewone huisspin leeft de kleine gerande oeverspin langs het water.
Cheliceren
- De soorten die geen cocon maken wikkelen het spinsel vaak losjes om de eieren om ze bij elkaar te houden.
- Ook kan de spin onder water jagen door vissen te grijpen die zich onder het wateroppervlak bevinden.
- Hetzelfde geldt voor de karakteristieke lichte strepen langs het achterlijf.
- Het geheel heeft een pipetachtige functie; het sperma wordt door de smalle opening in de bulbus gezogen waar het wordt opgeslagen, zie ook onder voortplanting.
De springspinnen hebben in tegenstelling tot de meeste spinnen een vrij goed gezichtsvermogen. Ze kunnen zo waarnemen of het dag of nacht is en beelden vormen van objecten die heel dichtbij zijn. Vooral jagende zwervende spinnen zoals de springspinnen hebben ten minste één paar ogen dat zeer goed is ontwikkeld. Sommige soorten spinnen hebben twee of slechts één paar ogen en bij enkele soorten spinnen zijn de ogen functioneel volledig verloren gegaan. De meeste spinnen hebben vier paar ogen, dus acht in totaal, en een aantal soorten heeft drie paar ogen, dus zes in totaal.
Spinnen vertonen vaak dreiggedrag bestaande uit het oprichten van de poten en het tonen van de cheliceren. Van de in zandduinen levende spin Carparachne aureoflava is bekend dat het dier zich opvouwt als een bal en zich met relatief grote snelheden naar beneden laat rollen. Deze jagen niet op de webbouwende spinnen maar zijn erin gespecialiseerd om de prooien uit het web te stelen. Sommige soorten eten zelfs de eicocon van het slachtoffer op om vervolgens hun eigen eitjes in de cocon te plaatsen. Deze soorten worden de spinneneters genoemd (Mimetidae), een voorbeeld zijn de soorten uit het geslacht Ero. Een aantal soorten spinnen heeft zich gespecialiseerd in het opsporen en doden van andere spinnen en andere prooien worden zelfs genegeerd.
Bruto/netto specificatie 2026 en jaaropgave 2025
De cheliceren kunnen – gezien vanaf de lichaamsas – alleen van boven naar beneden bewegen. Spinnen worden verdeeld in twee groepen op basis van de bouw van de cheliceren. Spinnen hebben twee cheliceren of gifkaken, die hol zijn zodat het gif kan worden ingespoten in het prooidier. De palp van een vrouwtje is draadachtig en wordt gebruikt als tastorgaan. Het geheel heeft een pipetachtige functie; het sperma wordt door de smalle opening in de bulbus gezogen waar het wordt opgeslagen, zie ook onder voortplanting. Het kopborststuk wordt bij geleedpotigen wel cephalothorax genoemd en bij spinnen wordt dit deel specifiek met prosoma aangeduid.
De spin Arctosa littoralis leeft op het strand in de branding wat een gevaarlijke plek is voor een spin. Ook kan de spin onder water jagen door vissen te grijpen die zich onder het wateroppervlak bevinden. Als een insect in het water valt voelt de spin de rimpelingen en rent over het wateroppervlak naar het in het water gevallen insect. Deze spinnen leven langs de oever en houden hun voorste poten op het wateroppervlak. Soorten uit het geslacht Dolomedes worden wel ‘vissende spinnen’ genoemd vanwege hun opmerkelijke jachtmethodes.